Weilanden, water en weerbaarheid

Weilanden, water en weerbaarheid

U staat op de kruising tussen de voormalige Geerweg, de Dwarskade (links van u) en de Noordkade (rechts van u, loopt door tot Pijnacker). Het is de kruising tussen de belangrijke waterverbinding van Nootdorp en Pijnacker naar Delft, op oude kaarten als Nootdorpse Vaart genoemd, thans de Tweemolentjesvaart. Jarenlang was dit ook de grens tussen de ambachten (later gemeenten) Vrijenban (achter u) en Nootdorp (tegenover u). De kaart van Floris Balthasar uit 1611 geeft een goed beeld van de toenmalige situatie (klik op de miniatuur voor een grote afbeelding).

Ontginning vanuit Delft

De Nootdorpse Vaart is tussen 1150 en 1200 vanuit Delft gegraven om het moerassige gebied ten zuiden van Nootdorp te ontwateren. De vroegere naam Geerweg duidt erop dat het hier een moerassig gebied was (geer=moeras). Binnen Delft heet de weg langs het water nog steeds Geerweg. Vroeger was het een doorlopend pad van Delft tot de Langelandseweg.

Het beleg en de ontzet van Leiden

In 1573 werd de stad Leiden door de Spanjaarden belegerd, en omsingeld met drie ringen van versterkingen. Uit kaarten en beschrijvingen uit de zestiende eeuw kunnen we opmaken dat zowel Nootdorp als Pijnacker in 1574 waren omgebouwd tot Spaanse verdedigingswerken in de buitenste ring van het beleg om Leiden.

Vanaf 3 augustus van dat jaar liet prins Willem van Oranje de sluizen bij Schiedam en Rotterdam open zetten om het land onder water te zetten. Veel dijken werden doorgraven met datzelfde doel. Hij wilde Leiden via het water ontzetten.

Twee weken later stond heel Nootdorp en wijde omgeving blank. Nadat het water hoog genoeg stond om boten te dragen trok een Geuzenvloot op naar Leiden.

We kunnen uit oude schetsen opmaken dat de zogenoemde Watergeuzen onder Louis Boisot, tussen Nootdorp en Pijnacker door, zijn opgetrokken naar de Landscheiding om die te veroveren en door te steken. Een van de aanvoerroutes liep logischerwijs over de Nootdorpsche Vaart. Ook de aanvoer van versterkingen en de logistiek zal via deze vaarverbinding zijn gegaan. Bij Zoetermeer is toen een ware slag geleverd.

Nootdorp: verdronken land

Eeuwenlang werd in het gebied rond Nootdorp en Pijnacker turf gewonnen om te voldoen aan de brandstofbehoefte van de omliggende steden en dorpen. Aan het begin van de 18e eeuw bestond Nootdorp alleen nog maar uit water. De enige stukken grond die nog boven water uitstaken waren de kades en de erven van de huizen.

1829 - detail uit de kaart van Krayenhoff

De kaart van Nootdorp en omgeving van 1829 (klik op de miniatuur voor een grote afbeelding) laat dit goed zien. Door al dat water zat de bevolking nagenoeg zonder inkomsten. Daarom werd het initiatief genomen om de polders droog te leggen en de grond opnieuw in gebruik te nemen. Op 14 januari 1840 werd een commissie benoemd tot Drooglegging der Nootdorpse Plassen en werd financiering geregeld. Voor de droogmaking waren twee gemalen benodigd: een boven- en een benedengemaal. Het benedengemaal kwam aan het Oosteinde (toen Achterweg) en het bovengemaal aan het Verlaat bij de Tweemolentjesvaart te liggen (naast de huidige A13). Al in 1844 waren de plassen aan weerszijden van de Dorpsstraat en ten noordoosten daarvan drooggemalen. Het was de eerste droogmaking met stoomgemalen in Nederland. In 1845 kon de grond al worden benut en de eerste oogst binnen gehaald. Nog steeds vormt het ontwateringssysteem in de polders rond Nootdorp een complex geheel van waterlopen op verschillende hoogtes die onder en boven elkaar langs worden geleid.

Scheepsmakerij

Het is niet verwonderlijk dat op dit kruispunt van belangrijke waterwegen een scheepsmakerij was gevestigd. Hier aan de overkant van de Dwarswetering stonden de woning en de schuren van scheepsmaker Willem Meijster. De foto’s zijn van 1930 en (luchtfoto) 1954. Na de scheepsmakerij heeft de familie Waaijer hier een boerenbedrijf gehad. De weilanden lagen achter de boerderij en aan deze andere kant van het water. De volle melkbussen werden met de schuit naar de boerderij vervoerd.

Vliegveld Ypenburg

Vlak voor de eerste Wereldoorlog voegde de uitvinding van het vliegtuig een derde dimensie toe aan de vervoersmogelijkheden. In de jaren 30 van de vorige eeuw werd zo nu en dan met vliegtuigen gevlogen vanaf de weilanden tussen Nootdorp en Rijswijk.

Rotterdamse havenbaronnen vatten het plan op om bij Rijswijk een vliegveld aan te leggen. Met inzet van de werkverschaffing werd dit vliegveld in 1937 binnen 6 maanden uit de grond gestampt. Vanaf Nootdorp was dit vliegveldje nog wel ver weg (naast het huidige verkeersplein Ypenburg), maar over de (lage) kassen en weilanden goed zichtbaar.

Vliegen was tot medio 20e eeuw lang niet zo veilig als het nu is. Op 16 januari 1937 stortte hier de PH-AIT (een Pander motorvliegtuig) neer. Piloot P. Bosch kwam om het leven, zijn mede-inzittende J. Hoekstra brak een been.

Ypenburg werd bij de mobilisatie van 1939 aangewezen voor militair gebruik. Vervolgens werd op 8 mei 1940 werd een afdeling jachtvliegtuigen uit Soesterberg naar het vliegveld verplaatst. Het veld paste echter ook in de Duitse aanvalsplannen die het doel hadden met parachutisten en luchtlandingen Den Haag te overmeesteren en de regering en militaire leiding gevangen te nemen. In één dag zou Nederland zich dan wel overgeven, zo dacht men. Toen het veld op 10 mei 1940 door de Duitsers werd gebombardeerd en er parachutisten neerdaalden, konden veel Nootdorpers dit op afstand volgen.

Bij de Duitse luchtlandingen rond Den Haag op 10 mei 1940 landden hier twee Junkers 52 transportvliegtuigen met soldaten. De Duitse infanteristen verschansten zich op de scheepsmakerij om Nederlandse versterkingen tegen te houden. Toen er uit de richting van Pijnacker een twintigtal geniesoldaten kwamen gemarcheerd, overmeesterden die de 32 Duitsers na een vuurgevecht en namen ze krijgsgevangen. Op dezelfde dag nog heroverden Nederlandse troepen uit Den Haag het vliegveld. Zij trokken de dagen erna verder in de richting van Rotterdam om de achter gebleven Duitsers uit te schakelen.

Na de oorlog is het vliegveld eerst in civiel, later in militair gebruik geweest. In 1992 werd het gesloten en kwam de bouw van de wijk Ypenburg van de grond. Ypenburg is in 2002 geannexeerd door de gemeente Den Haag.