Het hart van Nootdorp

Ontstaan van Nootdorp

Voor meer informatie over de kerkelijke gemeente, klik op deze link.

Voor meer informatie over restaurant Calva, klik op deze link.

Voor meer informatie over de diverse gemeentelijke en rijksmonumenten in de Dorpsstraat klik op de betreffende link:

De plek die nu Nootdorp is lag in de prehistorie vlak bij de kust. Nootdorp was een duingebied, waarvan zo’n 3000 jaar geleden enkele duinen bewoond waren. Dat weten we uit de opgravingen die zijn gedaan bij de aanleg van winkelcentrum Ypenburg.

In de Romeinse tijd trok de zee zich terug en de kust lag zelfs nog verder ‘de zee in’ dan tegenwoordig. De Romeinen en de oorspronkelijke bewoners leefden op de duinenrij langs de kust. Voorburg was een van de weinige Romeinse steden in Nederland. Onze omgeving was in die tijd erg drassig, een groot veengebied, de opeenhoping van afgestorven planten waarin veel water wordt vastgehouden. Omdat het vocht de plantenresten niet helemaal laat vergaan, groeit zo’n veenlaag steeds aan tot veenpakketten van wel 2 tot 5 meter hoog, met een doorsnede tot wel 5 kilometer. De plek van Nootdorp rond het jaar 1000 lag midden in dat veengebied. Uit de ontginning van dit veengebied is Nootdorp ontstaan. Vanuit de randen van het veen groef men sloten om het water op te vangen en af te voeren. Zo ontstonden droge plekken waarop men het land kon bebouwen en economisch ontwikkelen.

Gestimuleerd door de graaf van Holland werden vanaf de Landscheiding bij Leidschendam vanaf de 11e eeuw sloten gegraven. Langs de ene sloot vormde zich de Veenweg, langs de andere sloot de Achterweg. Tussen 1150 en 1200 werd het veengebied vanuit Delft naar het noorden toe ontgonnen. Langs die sloten ontstonden de Henricuskade (later Brasserskade) en de Geerweg. Waar deze ontginningen bij elkaar kwamen vestigden zich de eerste Nootdorpers.

De eerste keer dat Nootdorp officieel werd vermeld was in een akte van 1281. Waarschijnlijk telde het dorp toen een tiental huizen en ongeveer 50 inwoners.

Het waren grotendeels houten huizen met muren van gevlochten takken waarover leem was gesmeerd. Ze hadden een rieten dak. De eerste – houten – kerk werd hier gebouwd tussen ongeveer 1225 en 1250. In 1507 bouwde Nootdorp een geheel nieuwe kerk van baksteen met een toren, gebouwd in de romaanse stijl. De kerk werd echt compleet toen in 1549 in de toren een klokkenspel van 5 klokken werd aangebracht.

In 1573 werd de stad Leiden door de Spanjaarden belegerd en omsingeld met drie ringen van versterkingen, ‘schansen’. Uit kaarten en beschrijvingen kunnen we opmaken dat zowel Nootdorp als Pijnacker toen waren omgebouwd tot Spaanse schansen als onderdeel van de buitenste ring.

Vanaf 3 augustus van dat jaar werden de sluizen bij Schiedam en Rotterdam open gezet om het land tot aan Leiden onder water te laten lopen. Veel dijken werden doorgraven met datzelfde doel. Twee weken later stond heel Nootdorp en wijde omgeving blank. Nadat het water hoog genoeg stond voor boten, trokken de Geuzen op bevel van het Delftse stadsbestuur met hun vloot op, om de belegering van Leiden te doorbreken. Oude schetsen laten zien dat de vloot op trok tussen de schansen van Nootdorp en Pijnacker in naar de Landscheiding. Rond Zoetermeer is toen hevig gevochten.

Het is aannemelijk dat de stenen kerk de kern van de schans vormde. Vlak voor of tijdens de terugtocht van de Spaanse troepen brandt de kerk op 11 september 1574 af en de pastorie en de dorpsschool worden zwaar beschadigd. Zoals in een rekest aan de Staten van Holland is beschreven: ‘Dorps schole ende Huijsinge van de pastorie geheel geruineert ende gedestrueert is geweest, de kercke verbrant’.

De inundatie door de troepen van Prins Willem van Oranje had een grote invloed op Nootdorp en zijn bewoners. Het omliggende land heeft jarenlang nog grotendeels onder water gestaan.

Het Kerkbestuur verkoopt omstreeks 1575 vier morgen land om de kerk te herstellen: ‘voor optimmeringe van de afgebrande Kerke’. De kerk wordt opnieuw van steen gebouwd, maar in een sobere stijl.

Na de reformatie stellen schenkingen en de verkoop van grond de dorpsgemeenschap in staat om in 1577 de kerk geheel op te knappen en opnieuw in te richten. in 1591 krijgt hij aan de buitenkant een ‘horloge’ (uurwerk). In 1607 koopt het kerkbestuur een nieuwe luiklok ter vervanging van die ene klok die overgebleven was van de vijf uit 1549.

In deze periode bestond Nootdorp uit slechts een dertigtal huizen.

Vanaf het midden van de 17e eeuw werden de huizen steeds verbeterd en gaandeweg voorzien van stenen gevels totdat ze uiteindelijk helemaal van steen waren. De oudste huizen die we nu zien zijn gebouwd na 1650. Zowel boerderijen als burgerlijke huizen maakten deel uit van de dorpskern. Tot 1800 kende men eigenlijk nauwelijks winkels. Na die tijd werden de winkels gewoon ingericht in bestaande woonhuizen.

In 1770 schonken door de ambachtsheer Dirk Backer en zijn vrouw Abigael van Collen aan de kerk een uniek orgel. Het is gebouwd door Johannes Assendelft, van wie wereldwijd nog maar drie orgels zijn overgebleven. In 1776 wordt het orgel verrijkt met een zeldzame ‘uurwijzer’, gedragen door Vadertje Tijd.

De huidige bebouwing

In 1894 wordt de kerk met uitzondering van de toren geheel afgebroken. De nieuwbouw loopt voorspoedig: op 1 oktober 1894 wordt de kerk alweer in gebruik genomen. In 1970 wordt het orgel opnieuw gerestaureerd. Honderd jaar nadat het schip van de kerk in gebruik is genomen is de dakbekleding geheel vernieuwd, en de toren geheel gerestaureerd. Ondertussen zijn de toren en het kerkgebouw officieel rijksmonument (voor meer informatie klik op deze link).

Bestuur

Vanaf het midden van de 14e eeuw lag het bestuur van de ambachten Nieuweveen en Hoogeveen in handen van een particulier, de ambachtsheer of ambachtsvrouw. Nootdorp behoorde tot 1724 tot het eigendom van de graaf van Holland en werd feitelijk bestuurd door het stadsbestuur van Delft. In 1724 werd ook Nootdorp een ambacht. Daaraan kwam een eind bij de Bataafse Revolutie in 1795. De ambachten werden afgeschaft. Het werden gemeenten met een gekozen gemeenteraad. In 1816 werd het wapen van Nootdorp (twee slangen op een blauw schild) officieel vastgesteld door de Hoge Raad van Adel.

Fusie

In 1832 werden de gemeenten Nieuweveen, Hoogeveen en Nootdorp samengevoegd. Bij elkaar vormen ze bij benadering het huidige Nootdorp. In de regel was de burgemeester van Nootdorp dezelfde persoon als de burgemeester van Pijnacker. Vanaf 1933 mocht dat niet meer en werd Jhr. Johan Karel Hesselt van Dinter eervol ontslagen als burgemeester van Nootdorp. Burgemeester Henk Schölvink volgde hem op. In 2002 volgde de fusie met Pijnacker.

Waterland

Nootdorp is ontstaan door de ontginning van het veen. Het veen werd echter uitgegraven en als turf gedroogd gebruikt als brandstof. De behoefte aan turf was zo groot, dat Nootdorp aan het begin van de 18e eeuw alleen maar uit water bestond. De enige stukken grond die nog boven water uitstaken waren de kades en de erven van de huizen. Door al dat water zat de bevolking nagenoeg zonder inkomsten.

Om het gebied weer rendabel te maken werd het initiatief genomen om de polders droog te leggen en de grond opnieuw in gebruik te nemen. Op 14 januari 1840 werd een commissie benoemd tot Drooglegging der Nootdorpse Plassen en werd financiering geregeld. Voor de droogmaking werden twee stoomgemalen gebouwd: een boven- en een benedengemaal.

In 1845 kon de grond al worden benut, en de eerste oogst verkocht. Nog steeds vormt het ontwateringssysteem in de polders rond Nootdorp een complex geheel van waterlopen op verschillende hoogtes die onder en boven elkaar langs worden geleid.