Bibliotheek

Een zaak van vrijwilligers

Toen de Nootdorpse Bibliotheek in 2006 genomineerd werd voor de vrijwilligersprijs van de gemeente, kwam dit als een laat, maar wel zeer terecht eerbetoon. De gemeente had wel iets goed te maken. Het was immers een wethouder die ooit opmerkte: “De bibliotheek? Dat is een hobby van dames met teveel vrije tijd.”
Bibliotheekmedewerkers hebben met het bestuur door de jaren heen veel moeite moeten doen om subsidiegeld los te krijgen en een betere huisvesting. En zelfs in 2003, na de fusie met Pijnacker, moesten medewerkers en lezers de barricaden op om een dreigende sluiting van de Nootdorpse vestiging wegens bezuinigingen te verhinderen.

Volksbibliotheek
Al in 1906 bezat de openbare school aan de Dorpsstraat een kleine voorraad boeken. Rond 1920 werden voor het eerst boeken uitgeleend in Nootdorp en wel door de R.K. Volksbond in het verenigingsgebouw aan de Veenweg. Dit bibliotheekje groeide uit tot de R.K. Parochiebibibliotheek Nootdorp, “De Hechte Band” genaamd.
Trouwe lezers konden ook terecht bij mejuffrouw De Bie in de consistoriekamer van de Hervormde Kerk in de Dorpsstraat. Zij beheerde daar een kist met boeken, een wisselcollectie.
Tot 1942 was W.A. Overtoom, hoofd van de R.K. lagere school, hoofd van de Parochiebibliotheek. Hij werd opgevolgd door G.J. Duin. In 1965 kwam R.H. Otterloo in beeld. De boekenuitleen in het verenigingsgebouw aan de Veenweg, tevens jeugdhuis, werd in die tijd gedaan door meester De Kort. Hij was een fervent tafeltennisser en als er een kind riep: ‘Meester, mag ik een boek?’ Was zijn antwoord meestal: ‘eerst even dit spelletje afmaken’. In 1965 werd aan mevrouw J.P. van der Pas – Leunisse gevraagd of zij mee wilde helpen de administratie van de Parochiebibliotheek op orde te brengen. Haar man was vrijwilliger bij de Rotterdamse bibliotheek en zij kon dus van zijn hulp en ervaring gebruik maken. Begin jaren 60 gingen er stemmen op om de kerkelijke bibliotheken samen te voegen. Initiatiefnemers waren Otterloo en wethouder F.B. Deiman. Het was geen eenvoudige opgave, die aanleiding gaf tot eindeloos moeizaam vergaderen. Burgemeester Schölvinck was voorstander en hij beloofde uit eigen zak 1.000 gulden te zullen bijdragen als het lukte om de bibliotheken te bundelen. Of hij daadwerkelijk heeft betaald, is niet bekend.

Jopie v.d. Pas, boeken stempelend, aan de Molenweg

Jopie v.d. Pas, boeken stempelend, aan de Molenweg

In 1969 kon eindelijk de Stichting Gemeenschappelijke Bibliotheek Nootdorp aan de slag met als bestuursleden de heren Geerdink (voorzitter), Hamers, Dollee en Kok en de dames Pieck en Steeneveld. Het woord “openbaar” was nog een stapje te ver, vandaar dat “gemeenschappelijk” de beste term werd geacht voor de nieuwe volksbibliotheek, de latere Stichting Bibliotheek Nootdorp. Er waren met opzet ook niet-kerkelijke bestuursleden aangetrokken, om zich tot het gehele Nootdorpse publiek te kunnen richten.
Intussen was er nog steeds geen passende huisvesting gevonden. Toen in 1969 het gemeentelijk badhuis de deuren sloot, bleek de bovenverdieping van dit wijkgebouw aan de Kerkweg een prima ruimte te zijn voor de nieuwe bibliotheek; beneden kwamen een tandarts, masseur en de kruisverenigingen.

In mei 1970 opende burgemeester F. Winkel de bibliotheek, die onder leiding stond van Jopie v.d. Pas, met als tweede mevrouw J. Verkaik – Wabeke. Aan haar was in eerste instantie gevraagd of zij wilde helpen met het catalogiseren van de boeken. Die boeken kregen een gekleurd stipje, zodat men kon zien uit welke bibliotheek ze afkomstig waren. Mocht de samenwerking mislukken, dan konden de juiste boeken worden teruggegeven. Bij de feestelijke opening attendeerde een lid van de Katholieke Bibliotheek Centrale het nieuwe bestuur erop, dat men vooral de bejaarden niet moest vergeten en dat men hen moest adviseren bij het kiezen van de juiste boeken. Zij mochten eens een verkeerd exemplaar in handen krijgen!

Boeken inkopen
Een groep van ongeveer tien enthousiaste vrijwilligers ging aan de slag om de uitleen en de aankoop van boeken in goede banen te leiden. Men begon met 50 leden en enkele honderden boeken. Je kon een knipkaart kopen voor twee gulden, waarvoor je 10 boeken kon lenen of per boek 25 cent betalen. Dit systeem werd al snel uitgebreid met de mogelijkheid lezerspasjes te kopen: een riks per jaar voor de jeugd en 65 plussers en een tientje voor volwassenen (ter vergelijking: nu (2007) betaalt een volwassenen 34 euro).
Na een jaar telde de nieuwe bibliotheek bijna 500 lezers (ter vergelijking: nu (2007) 5 duizend).
Jopie v.d. Pas: “In die grote tuindergezinnen moesten de kinderen vaak kiezen tussen lid worden van de bibliotheek, of gaan voetballen dan wel zwemmen. In het begin bedroeg de gemeentelijke subsidie niet veel meer dan enkele tientjes, maar in 1974 kregen we toch wel 3.600 gulden. Ik had voordien al series puntgave en gekafte boeken opgekocht van de sigarenwinkeliers, die stopten met het uitlenen van romans voor een dubbeltje. Nu kregen we een V&D pasje, waarmee we eerste keus met korting hadden in de voorverkoop. Ook herinner ik me nog, dat we in de pastorie uit de eigen voorraad van de pastoor boeken mochten uitzoeken.

De kaartenbakken aan de Molenweg met erachter v.l.n.r. Dien 't Jong, Mimy Verkaik en Annie Zwart.

De kaartenbakken aan de Molenweg met erachter v.l.n.r. Dien ‘t Jong, Mimy Verkaik en Annie Zwart.

Ik had inmiddels het bibliothecaris-diploma gehaald bij de LOI en wij werden bij het opzetten van de nieuwe bibliotheek goed geholpen door de Katholieke Bibliotheek Centrale, de KBC, die richtlijnen had opgesteld voor de leeftijdsindeling. Dat kwam wel neer op een soort van censuur. Pietje Bel ging nog net, maar er waren kinderboeken, die we niet mochten aanschaffen. Soms kregen we boze ouders aan de telefoon, die het meegebrachte boek voor hun kind absoluut niet geschikt vonden.”
De aanschaf van nieuwe boeken verliep al gauw aan de hand van het recensie-systeem van de PBC, de Provinciale Bibliotheek Centrale, veel later Probiblio genaamd. De PBC stuurde een lijst met boekrecensies op, de leiding van de Nootdorpse bibliotheek maakte een keuze en ging vervolgens naar de boekopslag in Schiedam, later naar Haasbeek in Alphen aan de Rijn om de bestelde boeken op te halen, die al uitleenklaar waren.
“Als we snel nieuwe boeken wilden hebben, gingen we naar Paagman in Leidschenhage”, vertelt Mimy Verkaik, “maar we hadden niet veel geld ter beschikking, dus moesten we onze keuze zorgvuldig bepalen. Die Paagman-boeken moesten we bovendien zelf plastificeren en etiketteren en soms naar de boekbinder sturen om ze te voorzien van een harde kaft. Doordat we structureel te weinig geld kregen, hebben we wel eens, uit stil protest, de boetes voor het te laat terugbrengen van boeken opgespaard, het bedrag buiten de boeken gehouden en zijn we met z’n allen Chinees gaan eten in het restaurant, dat toen op de hoek van de Maria van Oosterwijkstraat zat, waar later de Amrobank kwam. Het lekte uit en we kregen te horen dat dit niet de bedoeling was.”

Molenweg
Het kon niet uitblijven: al gauw was de ruimte te klein om het groeiende boekenbestand een plaats te geven. Het bestuur van de bibliotheek beijverde zich om de gemeente duidelijk te maken dat er beslist een grotere ruimte moest komen. Er volgden jaren van heftige discussies in de gemeenteraad rond het beschikbare geld en het benodigde vloeroppervlak. Het Jozefhuis aan de Veenweg, voormalig bejaardentehuis, kwam in beeld, toen bleek dat het kerkbestuur de lege ruimte daar graag wilde verhuren. Bestuur en vrijwilligers van de bibliotheek kwamen echter in opstand en dienden een bezwaarschrift in. Zij vonden het Jozefhuis onaanvaardbaar, omdat men daar weer niet op de begane grond zou zitten, omdat de ligging niet centraal was en omdat het gebouw in slechte staat verkeerde.

Kindermiddag in de Molenweg

Kindermiddag in de Molenweg

Jopie v.d. Pas: “Ik kan me nog die rondleiding door het Jozefhuis herinneren; het was boven allemaal erg verwaarloosd. In het wijkgebouw moesten de bezoekers ook een trap op en daar wilden we vanaf. We hadden dit opgelost door bij mensen die moeilijk ter been waren de boeken thuis te brengen.”
Nieuwbouw kon om financiële redenen niet doorgaan, maar de School met de Bijbel aan de Molenweg kwam in 1976 vrij en dat leek een prima ruimte voor de eerstkomende tien jaar. In 1977 besloot de Gemeenteraad tot aanpassing van de school met de belofte dat begin jaren 80 nieuwbouw zou volgen, want volgens de toenmalige plannen zou de school moeten worden afgebroken. Dit is echter nooit gebeurd; nu staat hij propvol met spullen van de Kringloopwinkel en heeft de school een monumenten status. Het wijkgebouw aan de Kerkweg is inmiddels wel afgebroken en vervangen door een appartementengebouw.
In 1978 verhuisden de vrijwilligers eigenhandig de ruim 9.000 boeken en de inventaris van de Kerkweg naar de Molenweg. Dit boekenbestand zou in de komende tien jaar verdubbelen, terwijl toch van de toegezegde nieuwbouw lange tijd geen sprake meer was.

Handwerk
Aan de Molenweg kon de bibliotheek, die inmiddels zo’n dertig vrijwilligers telde, de diensten uitbreiden.
Tijdens klassenbezoeken werden de leerlingen wegwijs gemaakt, waarbij de meekomende onderwijskrachten het niet altijd eens bleken te zijn met de – landelijk bepaalde – indeling van de jeugdboeken. Enkele vrijwilligers brachten in het kader van “boek aan huis” om de veertien dagen tassen vol boeken naar Veenhage. Er werden voorleesmiddagen georganiseerd en de bibliotheek nam deel aan de culturele weken van de gemeente. Vanuit kraampjes op de braderie verkochten vrijwilligers de afgeschreven boeken.
De hoofden van de verschillende uitleendiensten vergaderden elke maand, waarbij afspraken over praktische zaken werden gemaakt. Zo had elke ploeg zijn eigen taak.

De vrijwilligers van de Bibliotheek aan de Molenweg.

De vrijwilligers van de Bibliotheek aan de Molenweg.

In 2007 werken er ruim 20 vrijwilligers in de bibliotheek, onder wie enkelen die dit al meer dan twintig jaar doen. Zij stammen dus nog uit de tijd van de kaartenbakken en het ’s winters door een grote gaskachel bloedheet gestookte lokaal aan de Molenweg. Doordat de openingstijden nog niet ruim waren, kwamen er veel lezers tegelijk opdagen en stonden de teruggebrachte boeken soms torenhoog opgestapeld. Die moesten allemaal netjes terug in de kasten. Van automatisering was nog geen sprake. De boeken werden uitgeleend volgens een omslachtig kaartjes- en stempelsysteem.
Dinsdagochtend was de vaste werkochtend zonder uitleen. Een stuk of tien vrijwilligers waren dan bezig met de administratie, met etiketteren, boeken repareren, kaartenbakken controleren en abonnementen schrijven, want alles ging handmatig en was dus zeer tijdrovend.
In 1980 stopte Jopie v.d. Pas met haar werk, hoewel ze nog tot 1989 bestuurslid zou blijven, en volgde Mimy Verkaik haar op met als tweede Dien ’t Jong.
Jopie: “Het leukste aspect van het werk vond ik, dat wij door de instanties als een volwaardige bibliotheek werden beschouwd. Ook het hechte groepsverband bij de medewerkers was fijn. Minder leuk was, dat de gemeente ons soms koeien met gouden hoorns beloofde, waar vervolgens weinig van terecht kwam. Ze vonden het allemaal wel prima zo; die vrouwen zorgden er wel voor. Uren zat je bij gemeenteraadsvergaderingen en dan kwam er bijna niets uit.”
De brandweer verwijdert de boom van het dak van de Bibliotheek.

De brandweer verwijdert de boom van het dak van de Bibliotheek.

Terwijl Jopie veel te maken had gehad met penningmeester D. Goeman, pleegde Mimy Verkaik vaak overleg met Ph. Fonkert. Ook de voorzitters L.J.M. Borsboom en W. Weekenborg beijverden zich om bij de gemeente meer geld los te peuteren voor de bibliotheek, die in 1980 1.200 leden telde en 12.000 boeken beheerde.
Mimy herinnert zich nog goed hoe beperkt het budget was.
“Je moest je uitgaven goed plannen, want als in oktober het geld op was, kon je geen boek meer aanschaffen.”

Zo nu en dan werd de bibliotheek door een kleine ramp getroffen, zoals de boom die tijdens de storm van 1992 op het dak van de School met de Bijbel viel. De brandweer rukte uit en boeken konden niet worden uitgeleend, tot verontwaardiging van sommige leners, want er zijn altijd mensen die zich zelfs door een orkaan niet laten weerhouden de straat op te gaan. Diverse malen maakten inbrekers kassa’s en later ook computers buit. De huidige bibliotheek heeft een alarmsysteem, dat aanvankelijk te pas en te onpas afging. Ook werd een keer aan de Molenweg brand gesticht; door puur toeval nog net op tijd ontdekt en bezorgde een niet al te fris ruikende zwerver flinke overlast. Hij was niet bij de leestafel weg te krijgen en officieel mag je zo’n man de toegang niet ontzeggen. In de begintijd kwam het zelfs voor dat daklozen er de nacht doorbrachten en dan de gang versierden met rolletjes papier uit de telmachine.

Discussies
Begin jaren tachtig begonnen de eindeloze discussies in de gemeenteraad over nieuwe huisvesting van de bibliotheek en de kosten die daarmee gemoeid zouden zijn.
Het Eendracht magazine schreef in 1987 het een schande te vinden, dat ons dorp geen moderne huisvesting aan zijn bieb kon bieden. Over die nieuwe huisvesting deden veel geruchten de ronde; de Eendracht somde op: de School met de Bijbel wordt totaal verbouwd; de bibliotheek komt tegenover het gemeentehuis, danwel in de leegstaande Sparwinkel; krijgt nieuwbouw in de wijk Achter het Raadhuis; nieuwbouw op de hoek van de Meidoornlaan; (weer): komt in het Jozefhuis.
Eerst gingen de plannen tot verbouw van de school aan de Molenweg van tafel. Vervolgens kondigde het bestuur van de bibliotheek bij monde van voorzitter Borsboom aan eind mei 1985 te zullen aftreden, als er dan nog geen besluiten waren genomen. Naar het Jozefhuis, dat als cultureel centrum gerenoveerd zou worden, wilde men al helemaal niet. Borsboom verontwaardigd: “Onze bibliotheek is per inwoner de goedkoopste van het land! Wij zijn de enige bibliotheek die alleen maar met vrijwilligers werkt.”

De Smidse
Na in totaal 27 jaar voor de bibliotheek te hebben gewerkt (”Ik had soms het idee dat ik eeuwig op de bibliotheek zat.”), nam Mimy Verkaik in 1989 afscheid. Mevrouw A. Zwart – van Aalst, die in 1972 als vrijwilliger was begonnen, volgde haar op met als tweede Else Volker en later Irma van Deelen en Saskia Touber. In die tijd kwamen wekelijks zo’n 400 Nootdorpers naar de bibliotheek, die ongeveer 1.200 boeken meenamen.

Afbraak van Elno, voorheen smederij Elderhorst.

Afbraak van Elno, voorheen smederij Elderhorst.

In 1990 vermeldde het jaarverslag: “Nog steeds moet het bibliotheekwerk gedaan worden in de oude school. Zo langzamerhand puilen de vertrekken uit en moet er steeds weer naar creatieve oplossingen gezocht worden om het lenen van boeken en inzien van naslagwerken toch enigszins aantrekkelijk te maken voor de bezoekers. Gelukkig blijft het lezersbestand groeien.”
In 1987 had de gemeenteraad al besloten het constructiebedrijf Elno aan de Dorpsstraat aan te kopen onder voorwaarde dat dit bedrijf naar het industrieterrein aan de Kruisweg zou verhuizen. Op de vrijkomende grond zou een bibliotheek kunnen verrijzen. Het plan om dit gebouw te koppelen aan een nieuw gemeentehuis verdween al spoedig in de prullenbak.
In 1988 opende de nieuwe Rabobank zijn deuren aan het Dorpsplein en in 1989 volgde inderdaad afbraak van Elno (voorheen smederij Elderhorst).
Eindelijk nieuwbouw voor de Nootdorpse bibliotheek! De eerste paal ging de grond in voor het zogeheten Smidse complex, dat in Nootdorp nu niet bepaald bekend staat als een architectonisch hoogstandje. Aan de achterzijde, met de ingang aan de Koningin Wilhelminastraat, was de bibliotheek gelegen.
Eerste paal voor de nieuwbouw van de bibliotheek aan de Koningin Wilhelminastraat.

Eerste paal voor de nieuwbouw van de bibliotheek aan de Koningin Wilhelminastraat.

Annie Zwart: “Eindeloos vergaderden we met het gemeentebestuur, met wethouder De Jong. In die tijd werkte ik veel samen met voorzitter W. van Rijkom, penningmeester Fonkert en met secretaris M.A. Keukelaar. We hebben wat afvergaderd; dat vond ik het minst leuke aspect van het werk. Aangezien de vergaderingen niet altijd even nauwgezet werden genotuleerd, gaven de afspraken soms aanleiding tot geharrewar. De vloerbedekking moest opeens van ander materiaal zijn en de architect had een trap gepland op de plaats waar nu de helling naar de ingang is. Hoewel de rollator nog niet zo frequent in beeld was, kwamen er natuurlijk ook wel rolstoelers naar de bibliotheek. Het heeft ons nog heel wat moeite gekost om de man die trap uit zijn hoofd te praten.
De eerste verhuizing van de Kerkweg naar de Molenweg moesten we helemaal zelf doen. Voor de tweede verhuizing, van de Molenweg naar de Koningin Wilhelminastraat, had de gemeente veel te weinig geld uitgetrokken, maar 6.000 gulden. Hier konden we geen gespecialiseerde verhuizer voor aantrekken, dus namen we een gewone verhuizer en deden we veel zelf.”

Computers
Tegelijkertijd met de verhuizing in 1993 van de Molenweg naar de Koningin Wilhelminastraat, vond een automatiseringsslag plaats. Soms tot laat in de nacht waren de vrijwilligers bezig het boekenbestand in de computer te zetten aan de hand van de ISBN nummers en het speciale boeknummer. Om dit te kunnen, moesten ze eerst een cursus volgen, die werd gegeven door een medewerker van de Provinciale Bibliotheek Central (PBC).

Verhuizing van de Molenweg naar de Koningin Wilhelminastraat.

Verhuizing van de Molenweg naar de Koningin Wilhelminastraat.

Annie: “We verwachtten enige ondersteuning van de PBC, maar dat viel aardig tegen. Tenslotte namen we daar toch boeken af, waren we klant, maar toen we met praktische vragen kwamen werd er gezegd: ‘Ach, jullie zijn vrijwilligers; dan gaat het toch allemaal anders’ en gaf men niet-thuis.
Wel nodigde de PBC ons uit voor vergaderingen. Zo werd in 1994 het Holland-net geïntroduceerd. Dat was bijzonder, zei men. Nu kon je met je computer de catalogus opvragen van de Koninklijke Bibliotheek en van diverse universiteitsbibliotheken. Dat net bleek echter altijd overbelast en vrijwel onbereikbaar te zijn. In vergelijking met de mogelijkheden die er nu zijn, stelde het weinig voor.
Er werd in die tijd ook veel gepraat over het feit, dat het gedrukte boek zijn langste tijd had gehad. Dat zou verdwijnen, maar die voorspelling is gelukkig (nog) niet uitgekomen. Mensen gaan geen boek lezen, zittend achter een computerscherm en wat is er nu fijner dan het in handen hebben van een nieuw, naar drukinkt ruikend boek?”

In 1995 vierde de Nootdorpse Bibliotheek het 25 jarig bestaan met een ploeg van 30 actieve vrijwilligers. In die tijd werden er zo’n 80.000 boeken per jaar uitgeleend en waren er ruim 2.500 leden.
In 1997 gaf Annie Zwart aan te willen stoppen met haar werk, dat te omvangrijk was geworden. Nadat de bibliotheek ruim 25 jaar uitsluitend had gedraaid met vrijwilligers besloten gemeente en bestuur nu om de eerste twee betaalde beroepskrachten in deeltijddienst te nemen.
Bij het vertrek van acht “oud-gedienden” kreeg Annie Zwart een lintje en merkte de regio-directeur op, dat bibliotheken die uitsluitend met vrijwilligers werken niet altijd voor vol worden aangezien, maar dat die in Nootdorp toch professioneel draaiende werd gehouden, een groot compliment.
Rond die tijd was er ook weer eens sprake van een verhuizing, waarbij onder meer het leegstaande pand van Super de Boer aan de Dorpsstraat werd genoemd, maar deze plannen zijn afgekeurd en het gemeentebestuur besloot toen om geld beschikbaar te stellen voor een herinrichting.
In 2003 fuseerden de Nootdorpse en Pijnackerse bibliotheken, wat betekende dat Nootdorp een eigen vestigingscoördinator kreeg, maar als Stichting Bibliotheek Pijnacker-Nootdorp hetzelfde bestuur en directeur heeft als de bibliotheek in Pijnacker. Uiteraard werken beide bibliotheken nauw samen en zijn de betaalde krachten in beide bibliotheken werkzaam. Klanten kunnen hun boeken, tijdschriften en tegenwoordig ook DVD’s, en luisterboeken in beide vestigingen lenen en terugbrengen.
Maar de vrijwilligers achter de balie, die vind je alleen in Nootdorp.

Bron: Vis, Ninon, Nieuwsbrief Noitdorpsche Historiën juni en september 2007