Brassershof

Kijkend naar het noordoosten op de kruising van de Molenaar Blonkweg en de Hogeveenseweg lag in een ver verleden het buitenhuis Brassershof.

Buitenplaats Brassershof, achterzijde.

Buitenplaats Brassershof, achterzijde.
Penseeltekening, door tekenaar Cornelis Pronk, datering 1731.
Archief Delft, coll. Beeld en Geluid, nr. 1412.

Wapen Mr. Govert Dircksz. Brasser 1589-1654

Wapen Mr. Govert Dircksz. Brasser 1589-1654

Dit buitengoed was eigendom van de familie Brasser, een oud Delfts bierbrouwersgeslacht. Een van de eigenaren was Govert Dircksz. Brasser. Deze Brasser bekleedde voorname posities in de regering van stad en land. Mr. Govert (Godefridus) Dircksz. Brasser is ca. 1589 geboren in Amsterdam. In 1606 (op 17-jarige leeftijd) schrijft hij zich in als student te Leiden. Hij gaat in 1625 als buitengewoon afgezant naar Engeland. In 1630 is hij pensionaris van Delft en in 1637 is hij thesaurier-generaal van de Unie der Verenigde Nederlanden 1637 en lid van de Raad van State. Hij begeleidde Stadhouder Willem II bij zijn bezoek aan de Hollandse steden in 1650 terwijl hij als diplomaat in oktober 1624 een reis naar Parijs maakte, waar hij vermoedelijk ook Hugo Grotius bezocht. Omstreeks 1627 laat hij in Nootdorp de buitenplaats Brassershof bouwen. Hij overlijdt in Den Haag op 29 april 1654 en is begraven in Delft op 1 mei 1654. Hij is een zoon van Dirck Willemsz. Brasser die koopman is en Adriana Dircks van IJlen.
Hij huwt in Delft op 20 juli 1636 (ondertrouwt in Delft op 5 juli 1636) met Louise Teding van Berckhout. Zij is geboren in Den Haag op 16 mei 1607 en zij overlijdt in Delft op 18 januari 1665 en is begraven in Delft op 23 januari 1665. Zij is de dochter van mr. Adriaen Tedingh van Berckhout en Margaretha Duijst van Beresteijn.
(bovenstaande korte biografie samengesteld door H.K. Morien, H.K. Nagtegaal en A. Struijk)

Het buitengoed was gebouwd op een stuk grond, waarop een rente rustte die behoorde bij het Heilige Geestfonds. In de oudste rekeningen van 1593 en 1626 komt deze rente voor. Vanaf 1627 tot 1690 is het huis in bezit van de familie Brasser. Vanaf 1790 staat het buitengoed niet meer in de rekeningen vermeld.

In 1759 verkoopt Johan Carel van Alderwaereld de Brassershof aan Arij Nijdingh en Willem van ‘t Hoff, metselaar en timmerman te Overschie. In de akte, opgemaakt door notaris Joris Geesteranus te Delft staat te lezen:

“….de aansienlijke en seer vermakelijke Hofsteede of buijtenplaats genaamt Brassers Hoff geleegen in de heerlijkheyd Hoogeveen omtrend den dorpe van Nood-dorp, bestaende in een spatieuse heren huijsinge, voorsien met verscheijde Groote camers, cabinetten en vertrekken, en verdere comoditeijten, magnificq salon, prieelen, stal en koetshuijs, thuijnmans huijs, schuijten huijs, en andere timmeragien, menagerie, visrijke vijvers, soo open als geslooten, aangenaeme Laenen en voordeelige Hakbaire hout Akkers, boomgaerden, moestuijnen en verdere plantagien. Groot ofte verongeldende voor ses mergen, dog alles met den hoop sonder maat, en met den voet gestooten….”

Verkocht werd ook alles wat aard- en nagelvast was, de behangsels en gordijnen, staande en liggende platen en planken, tuingereedschappen, broeibakken met ramen, banken en ornamenten, een loden vaas, een speeljacht met ‘seijllage’, een visschuit, fuiken, ‘rommelderije’ uit het varkenshok, ijzeren hekken en tralies in de stal, een stortkar, een dubbele bank in de kerk. De koopsom bedroeg 7.800 Carolus gulden.

Detail van kaartblad 14 met daarop de Brassershof.

Detail van kaartblad 14 met daarop de Brassershof.


De Kruikius (Cruquis) kaart is een in 25 bladen gegraveerde kaart. Het geheel beslaat een oppervlak van 230 x 280 cm. Niet door het formaat, maar door de kwaliteit van de cartografie waarmee op de “gevoelige” schaal 1:10.000 gewerkt is overtreft de Delfland-kaart alles wat er in de 17e en 18e eeuw in de categorie waterschapskaarten gepresteerd is. Hier zien we een detail van kaartblad 14 met daarop de Brassershof. Dit geeft een goede indruk van de grootte van deze buitenplaats.