Eerste wereldoorlog

In de maand juli 1914 escaleerde de oorlog tussen Oostenrijk en Servië. Voor veel landen leidde de oorlogsdreiging tot mobilisatie van het leger. Zo ook in ons land. De oproep tot mobilisatie van de Nederlandse grens- en kustbewaking werd op 1 augustus 1914 om 14.00 uur uitgevaardigd. De volgende dag was de mobilisatie van de grens- en kustbewaking voltooid en een groot succes gebleken.

Mobilisatie 1914

Prent uit het boek De Nederlandsche strijdmacht en hare mobilisatie in 1914 door J. Kooiman

‘s Avonds waren 44 van de 105 detachementen op post. Om 15.00 uur werden de mobilisatieoproepen voor de Landweer, Militie en de Zeemacht op de gemeentehuizen opgeplakt en onder het luiden van de kerkklokken onder de aandacht van de bevolking gebracht. Totaal werden vijftien lichtingen opgeroepen. Het beheer van de spoorwegen kwam bij de staf van de Generale staf te liggen om de mobilisatie soepel en snel te laten verlopen. Het land bereidde zich voor op een verdedigingsoorlog én de handhaving van de neutraliteit. De mobilisatie werkte ontwrichtend op de samenleving. In veel gezinnen was er geen inkomen meer, bedrijven kwamen in de knel door gebrek aan werklieden. Ook wagens en paarden werden gevorderd. Op 3 augustus 1914 maakten de kranten bekend dat burgers voor de duur van de mobilisatie als vrijwilligers onder de wapenen konden komen voor een vergoeding van fl.80,-. Men ging er van uit dat de oorlog met de Kerstdagen toch wel voorbij zou zijn. Om in een wagenpark en in paarden te voorzien werden de burgers gecontracteerd om hun voertuig of paard voor de tijd van de mobilisatie tegen een vergoeding af te staan. De uitrusting van de soldaten was armoedig: ze liepen in verschillende uniformen. Oudere lichtingen droegen nog het donkerblauwe uniform, de nieuwe in het in 1913 ingevoerde veldgrijze uniform.

Na de mobilisatie volgde de concentratie, d.w.z. het in positie manoeuvreren van de troepen. De langdurige paraatheid zonder actie en het van huis weg zijn bracht zo nu en dan moeilijkheden. Zo verliet een zekere J.J.B, geboren in Nootdorp (naam is niet verder bekend), op 5 maart 1915 zijn post. Hij was milicien-soldaat bij het 4e regiment van de infanterie en 25 jaar oud. Hij liep wacht aan de Morschpoortkazerne in Leiden. Zonder verlof verliet hij zijn post en bleef weg. Op 17 maart werd hij in Delft gearresteerd en werd vervolgens tot zes weken militaire detentie veroordeeld wegens insubordinatie.

Brandstoffenkaart

De achterkant van de distributiekaart die J.A. Post uit Nootdorp ontving van de Brandstoffencommissie, die in Pijnacker was gevestigd.

De oorlog in het buitenland veroorzaakte steeds groter wordende tekorten aan essentiële zaken, zoals levensmiddelen als andere levensbehoeften, voornamelijk kleding en brandstoffen. De gemeente stelde in 1915 een regeling in, waarbij het brood verkrijgbaar werd gesteld op een gemeentelijke broodkaart en ongebuild tarwemeel op een meelkaart. Elk huisgezin of alleenstaande, die ongebuild tarwebrood of ongebuild tarwemeel tegen een lage prijs te kopen, kon via bij de burgemeester daartoe een aanvraag indienen. In februari 1917 werd deze regeling vervangen door een landelijke regeling: de regeringsbroodkaarten. Een jaar daarvoor was de Distributiewet van kracht geworden. De tekorten aan levensmiddelen drukten zwaar. Soms leidde dat ook tot het breken van de wettelijke en dorpse fatsoensregels: Eind september 1916 werd ’s nachts bij de Nootdorpse winkelier en veehandelaar Van Leeuwen ingebroken. Er werd 25 pond spek en een pot boter uit de kelder ontvreemd. De bewoners merkten niets van de inbraak, hoewel hun slaapkamer vlak boven de kelder lag.
De jaren 1917 en 1918 waren voor Nederland de zwaarste uit de oorlog. Aan bijna elk denkbare was tekort. De oorlogsmoeheid, de schaarste en rantsoenering drukten de stemming en verhoogden de onvrede. De prijzen hadden vlees al tot een luxe gemaakt. Dat leidde in de socialistische “Notenkraker” tot het wrange commentaar: “Als het varkensvlees even duur was als het kanonnenvlees, waren we uit de brand”. Ook brandstoffen als kolen en olie waren op rantsoen.

Eerste Wereldoorlog - Velzen - Kraan

A. van Velzen en J. van de Kraan, twee Nootdorpse soldaten tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Eerste Wereldoorlog - Goeman, Dorus

De Nootdorper Dorus Goeman als soldaat in gala-uniform tijdens de mobilisatie in de Eerste Wereldoorlog.

De heftige gevechten onder erbarmelijke omstandigheden in België brachten veel Duitse soldaten ertoe om te deserteren. Eén van die gedeserteerde soldaten brak op maandagmiddag 25 juni 1917 in bij de Nootdorpse tuinder S. van Tilburg. De vrouw van Van Tilburg, die samen met haar man in de tuin aan het werken was, zag de inbreker de woning verlaten. Zij waarschuwde haar man, die de Duitse soldaat per fiets achtervolgde. Eenmaal gepakt werd hij aan de politie overgeleverd. De buit, een groot aantal gouden en zilveren sieraden, kon Van Tilburg weer naar huis terug nemen.
Na de wapenstilstand van 11 november 1918 besloot de regering het leger zo snel mogelijk te demobiliseren. De toen heersende Spaanse griep was daarbij een belangrijke reden. Op 12 november maakte de minister van Oorlog bekend dat 122.000 van de 237.000 mannen naar huis mochten. Het duurde nog enkele jaren voordat het normale leven weer zijn beloop kreeg.

Bron: Janssen, Noud